is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erkennen. Hun aanvoerder was de nog jeugdige, trotsche graaf Pappenlieim, die hen weldra uit de Pfalz naar Regensburg moest geleiden. Daar in de Donaustad zou Pappenheitn om zijn groote verdienste en dapperheid door keizer Ferdinand, die een rijksdag naar Regensburg had bijeengeroepen, tot rijksgraaf worden verheven en tot chef van het kurassiersregiment, dat later een wereldberoemden naam verwierf.

Barbara had reeds zooveel van de verschillende ruiters gezien en gehoord, dat zij hare maatregelen nam. Zij verstopte haar geld in den kelder en ging zoo weinig mogelijk van huis ten einde te voorkomen, dat Agnes mocht worden overvallen door de Kroaten, als zij alleen in huis was.

En het duurde ook niet lang of de wilde gasten verschenen. Bijna onopgemerkt waren zij het dorp binnengesloopen alleen het angstgeschreeuw van de dorpelingen waarschuwde Barbara. Haastig duwde zij Agnes en de jongens in het slaapkamertje van hare moeder en gelastte hen zich doodstil te houden, zij wilde zien alleen klaar te komen met de wilde bende. De oude Ursula lag met een zware verkoudheid in bed. Nauwelijks was Barbara alleen of de Kroaten verschenen reeds op den drempel. Vermetele, schilderachtige knapen, maar zeer lastig en tot niets goeds nut. Zij hadden echte dieventronie's, vonkelende, zwarte, listige oogen, die geen oogenblik in rust waren, breede, lage voorhoofden, lang, zwart haar, dat zij in vier vlechten droegen, twee voor en twee achter de ooren, een grooten mond, die bijna nooit gesloten was en een fraai blank wit gebit liet zien en onophoudelijk een smakkend geluid liet hooreu of ze nooit anders dachten dan aan eten en drinken.

Barbara begreep dan ook terecht, dat zij ze slechts zachter kon stemmen door ze iets behoorlijks voor te zetten. Zij onthaalde ze dus zoo goed zij maar kon en de bende deed dan ook, alsof ze thuis was. Zij beschouwden dit als hun recht. En Barbara zou nog oudervinden, dat zij er niet zoo goedkoop zou afkomen, als zij had gemeend.

„Niks gulden? Niks daalders en ducaten?" vroeg een van