is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoons daarentegen waren een en al geestdrift, evenals al hun makkers voor den Zweedschen koning.

Meer dan eens hadden de tweelingen er den laatsten tijd niet elkander over gesproken, dat het schoolgaan hen zoo begon te vervelen. Ook heden een dag in Maart van het jaar 1631 begon Berthold weer, terwijl zij van school naar huis liepen: //Daar vertellen ze je dan op school van al de heldendaden van de ouden en wij die jong en krachtig zijn kunnen er naar zitten luisteren inplaats van zelf voor ons vaderland Ie gaan strijden. Koning Guslaaf Adolf trekt de zee over om zijn onderdrukte geloofsgenooten te ondersteunen, Zweden en Finnen strijden in het Duitsche rijk voor ons goed recht, voor het protestantsche geloof en wij beiden wier vader heeft moeten sneuvelen terwille van de goede zaak, wij beiden blijven zoete schooljongetjes."

z/Ik kan dag en nacht niet anders denken dan aan de woorden van den dominee: //Nu komt het er voor de Protestanten op aan nog eenmaal alles te wagen !" liet Winfried zich hooren.

„Ik zou alles willen wagen waar het dien Tilly betreft! Bloed en leven! Ook in het veld moet men eerst leeren evengoed als op onze schoolbanken. Het moet ook moeilijk zijn om bevorderd te worden, men is niet terstond vaandrig of luitenant. Maar wat mij betreft, ik wil gaarne van onder op beginnen en met onzen goeden naam zal het ons ook niet zoo heel moeilijk vallen om te slagen, als wij tenminste toonen wat wij willen. Maar weet je waar ik toch voor zou bedanken? Om als keurvorstelijk defenseur mijn tijd te verknoeien. Maar ik weet echter, dat zij bij de Zweden gaarne pages opnemen, vrijbuiters niet in den zin van halve roovers, maar vrijwillige ruiters, die met een eigen paard en uitrusting aankomen. Lukt liet ons niet bij de gepantserden dan lukt het ons misschien bij de lichte ruiterij, een schildknaap zouden wij wel opsnorren."

„Maar wij kunnen met den besten wil niets op ons eigen houtje beginnen," antwoordde Winfried zuchtend.