is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de teugels laten vallen om naar mijn vaandel te grijpen, ik kon hem niet afschudden."

Eensklaps sloeg Winfried de oogen op: //Graaf Pappenheim!" klonk het van zijne bleeke lippen, toen verloor hij zijn bewustzijn opnieuw.

Pappenheim herkende hem nog niet, riep echter den wachtmeester onder het wegrijden toe: ,/Dien jonker neem ik van je over! Zorg goed voor hem! Ik wil zien wat er nog te redden valt voor dien Sneeuwkoning."

En Pappenheim wierp zich in het dichtste gewoel.

Intusschen had Horn niet alleen de ruiters van Fürstenberg op de vlucht gedreven, maar hen ook den buit ontnomen, dien zij op de Saksers hadden veroverd, want nauwelijks hadden zij de Saksers overwonnen of zij waren begonnen het Saksische kamp te plunderen. Buitendien veroverde Horn de vijandelijke kanonnen van den keizerlijken rechtervleugel.

Nu volgde de beslissende slag in het centrum tegen Tilly zelf. Gustaaf Adolf wierp zich met de zijnen in het heetst van het gevecht.

//O, dat ik nu bij den tweeden aanval Tilly eens kon naderen, de moordenaar mijner ouders, de overweldiger van Duitschland!" zeide Herthold op hartstochtelijken toon, juist toen overste Teuffel het signaal tot den aanval liet blazen.

,/Dat zal je moeilijk lukken, jonker. Tilly is geen lafaard, waarlijk niet, maar om zich evenals onze krijgshaftige Majesteit, midden in het gevecht te begeven, dat doet hij ook niet, daartoe mist hij het noodige vuur. Maar verbeeld je nu maar, dat ieder van die knapen daar een kleine Tilly is, sla er maar flink op los, met iederen slag nader je den waren Tilly. En nu . . . voorwaarts!"

En de storm begon. I)e Südermannlanders te voet hadden de dichte bataillons voor hen reeds een weinig uit de voegen gebracht, nu stormde de Ortenburgsche ruiterij tusschen haar eigen kameraden door en tegen dien aanval waren de keizerlijken niet meer bestand. De toren van menschelijke lichamen

I