is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

z/U moest hem eens zien, graaf Pappenheim, zooals ik hem heb gezien, den grooten koning, den echten held! Zijn blik wekt geestdrift, hij zou u voor zich winnen als u tegenover hem stond." . . .

//Nooit en de nimmer! Ik heb dat liedje al eerder hooreu zingen en wil een tegenstander niet verkleinen met woorden. Maar al glimlachte hij mij ook toe als de zon aan den blauwen hemel, het kon hem niets baten. Graaf Pappenheim dient geen niet-Duitscher."

z/Ik wil u niet tegenspreken, heer. Ik zou u ook niet gaarne boos maken, want u bent mijn weldoener, en ik heb u altijd vereerd, afgezien van den dank, dien ik u beu verschuldigd, maar ik kan geen afstand doeu van alles wat mij sedert mijn kindschheid het hoogste was."

//Kom eenvoudig als page in mijn tent. Ik zal er voor zorgen, dat noch de keizer noch Tilly of wie dan ook naar je credo vraagt. Die tijden zijn voorbij."

//Ik zou het niet over mijn hart kunnen verkrijgen. Tilly bleef toch steeds mijn generalissimus."

//Stijfkop! Nu, ik spreek er heden niet verder over, maar geef het daarom niet op. Want ik heb er een noot over hooren kraken, dat er weldra weder een andere generalissimus op het tooneel zal verschijnen. Hoe eerder hoe liever."

wDan blijft toch nog altijd mijn geloof over. Zoudt u, heer, ooit uw geloof kunnen veranderen?"

//Je kunt voor mijn part bij Luther zweren en daarbij rustig onder een tent met mij slapen, ofschoon ik eerlijk gezegd liever zou hooren, dat je tot de Moeder Gods bad. Van geloof veranderen? Ik? Herinner je dan niet wat ik je moeder in Wiesenbach heb verteld ? Ik was twintig jaar, toen ik het ketterdom afzwoer."

z/Dus bent u protestant geweest?"

Pappenheim knikte en vertelde zijn jongen vriend hoe het was gekomen, dat hij een bekeerling was geworden. Niet winstbejag, niet eerzucht had hem daartoe gedreven, maar enkel overtuiging. Hij vertelde Winfried verder een groot