is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een noodlottige fout, zij lieten de ophaalbrug vallen en openden het kleine poortje naast de hoofdpoort. Dicht opeengedrongen beproeft de bezetting van het buitenwerk dooiden sinallen ingang een toevlucht in het slot te zoeken. Doch de Zweden zijn hen reeds op de hielden en richten op de bi ug, waar zij van het slot uit weinig benadeeld kunnen worden, onder den vluchtenden vijand een ontzettend bloedbad aan. Berthold en V alentijn bereiken, zich niet hun zwaard een weg banend, de gesloten hoofdpoort, de voorzichtige \ alentijn heeft een paar springbussen meegebracht, waarmee het hem gelukt de deur te laten springen. Daarmee is de dag beslist, de Zweden stroomen den burcht binnen en wijl de bezetting zich nog steeds niet wil overgeven worden er ongeveer 1500 menschen afgemaakt. Tegen vijf uur in den morgen was de aanval begonnen, tusschen zes en zeven was alles afgeloopen.

Berthold, die bij het beklimmen van een ladder door een steenhomp een kwetsuur aan den schouder heeft opgedaan en ^ alentijn die aan handen en haar bij het losbranden van de springbus een weinig had gezengd trachtte na het zware werk juist een weinig op adem te komen, toen in gezelschap van overste Axel Lillie een officier op hen afkwam, die hen behulpzaam was geweest bij het springen van de poort en hen bij het binnendringen met wakkere zwaardhouwen tegen den vijand had beschermd.

//Daar is de man, dien u zoekt heer !" zeide de overste en nam daarna afscheid met een eerbiedige buiging. Dit ontging Berthold niet en hij begreep, dat hij hertog Bernhard vau Saksen Weimar voor zich had, die hem nu reeds vriendschappelijk de hand toestak.

//Tot mijn groote vreugde hoor ik dat het een landsman was, die gisteren aan mijn zijde streed, ik ben hertog Bernhard van Saksen Weimar en verheug mij kennis met zulk een dapper officier te maken."

//Dapperheid is niet meer dan natuurlijk daar waar onze vorsten zij aan zij met ons strijden," antwoordde Berthold.