is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE HOOFDSTUK. Voor den beslissenden slag.

„Holla, ben jij het werkelijk, Steinach? Bij St. Lorenzo en Sebaldus ... de beschermheiligen van ons vaderland mag ook een protestantsch Neurenberger in den mond nemen . . . dat doet me waarlijk plezier je hier te zien. Welkom aan de Pegnitz!"

„Leubelfinger, jij?"

„Wie anders? En deze page Leubelfinger is tegenwoordig een van de gelukkigste schepselen van God's aardbodem. Mijn held, mijn heer en koning is gezond en wel en heeft zijn kwartier bovendien opgeslagen in mijn vaderstad. Kan het mooier? Maar hoelang ben jullie hier, ik heb nog in het geheel niet gehoord, dat hertog Bernhard van Saksen Weimar is aangekomen met zijn troepen."

„Dat kon ook niet goed, onze paarden dampen nog."

„Je komt op een goed oogenblik, het eene feest voor het andere na, daarna zal het aan wapengekletter niet ontbreken. Hoe bevalt je mijn vaderstad!"

„Ik sprak er juist over met Valentijn, terwijl wij hier op de markt deze fontein stonden te bekijken, ... je herinnert je Valentijn Lobedanz toch nog . . . het ziet er alles even welvarend en rijk uit hier in Neurenberg. Deze fontein" ...

„Heb jullie die kereltjes om de fontein bekeken? Een zonderlinge verzameling, hier heb je eerst de zeven Duitsche keurvorsten . . . nu komt Karei de Groote, Gottfried van Bouillon, koning Chlodwig, Judas Maccabaus, Jozua, David,