is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vergezeld van de beste zcgewenschen van pater Eusebius is hij nu op weg naar Nauuiburg otri niet zijn grootvader over zijn toekomst te spreken.

Zoo heel gemakkelijk stelt hij zich het gesprek met zijn grootvader niet voor. De oude vrijheer heeft nooit van het halve gehouden, hij heeft nu ongeveer een jaar geleden na rijp beraad eindelijk zijn kleinzoons toegestaan de wapenen op te nemen . . . zou hij nu zijn toestemming weer voor iets anders willen geven? Misschien zou zijn grootvader met dominee Leander tezamen ook terugkomen op zijn vroeger plan en hem trachten over te halen in de godgeleerdheid te gaan studeeren. Maar daar heeft hij, Winfried, volstrekt geen plan op. Dat de oude man niets zou willen hooren van een rondreizend inuzikantenleven, dat durfde hij vooruit wel voorspellen. De kleinzoon van den vrijheer Von Maltiz een liedjeszanger ? . . . Het ging hem ook wel eens door liet hoofd om zich te wijden aan de zieken evenals Eusebius . . . nu, misschien gelukt het hem het aan de Universiteit te Witteuberg tot medicus te brengen.

Maar nu voorloopig weg met alle muizenissen. Eerst het gelag betaald en dan met den cither onder den arm welgemoed verder getrokken. De weg is vrij !

Niet ver had hij echter geloopen of hij ontmoette voor de poort van het plaatsje een troep zwaar gewapende ruiters en werd hij door den wachtmeester van den troep aangehouden. Winfried gaf bereidwillig zijn naam op en noemde het doel van zijn tocht.

//Jawel, die het maar gelooven wil \" riep de oude snorrebaard uit. //Dat is me een mooi verhaal! Daar zal wel een spion achter steken. Een adellijk heer en jonker zou als een liedjeszanger het land door willen trekken ? Dat maak je een wachtmeester van Pappen hei m niet wijs. Pas op kereltje, zie je daar die boomen F Een er van zal je wel kunnen houden. Eu wat. beteekent dat litteeken op je voorhoofd, dat ziet er niet naar uit alsof het afkomstig is van een strijkstok. De waarheid! Of . . .!"