is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik ben volstrekt niet van plan de waarheid te verzwijgen. Dat litteeken op mijn voorhoofd is een aandenken van een uwer kameraden in den slag bij Breitenfelde, toen ik aan de zijde der Zweden streed."

//Zoo! zoo? Dus je hebt aan de zijde der Zweden gevochten? Dat is een gek geval voor je, dat dat juist onze vijanden zijn. De zaak wordt al mooier en mooier. Beken nu maar liever terstond, dat je een spion bent, dan bespaar je mij het vele vragen en jezelf het antwoorden.

z/Ik ben eerder de duivel dan een spion! Je verdiende, dat ik je wat op je baatje gaf voor je schandelijk wantrouwen, maar jij hebt de macht op je zijde. Maar wacht eens even, breng mij maar dadelijk bij Pappenheim, je bevelhebber, die kent mij."

De wachtmeester begon luid te lachen. //Daar zul je mooi mee te pas koincn ? Maar je zult je zin hebben, hij volgt ons reeds op de hielen, je zult dus niet lang meer tijd hebben om je te bezinnen, over een paar minuten laat hij je hangen aan dien boom daar !"

In vollen draf naderde op zijn strijdros graaf Pappenheim. Winfried herkende hem reeds in de verte. Juist wilde de wachtmeester den generaal tegemoet rijden om hem verslag te doen van het gebeurde, toen graaf Pappenheim met een luid //Hallo!" zijn paard inhield op den vermeenden spion toesnelde en zijne beide handen op diens schouders legde.

En den jongen man lachend heen en weer schuddend, riep hij met zijn ver in het rond klinkende stem uit: „Bij alle Heiligen, Winfried Steinach, mijn jongen, hoe kom jij hier?"

,/IIet scheelde niet veel, of ik had alle heiligen eerder uoodig gehad dan u, graaf Pappenheim, u bent zelf als een heilige juist op tijd gekomen om mij te redden. Uw wachtmeester, die er nu eenmaal op staat een spion in mij te zien, wilde juist den weg met mijn lichaam versieren. Het wilde er maar niet bij hem in, dat een man met een cither onder zijn arm bekend kan zijn inet graaf Pappenheim, zijn generaal."