is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Valentijn op tegen Berthold op een verkenningstocht naar de voorposten van het kamp. De jonge mannen hadden \ an overloopei's vernomen, dat Winfried met Wallenstein naar Boheme was getrokken. //Hij schijnt er ditmaal heelhuids te zijn afgekomen," vervolgde Valentijn, „maar hij kan toch niet met hart en ziel bij de zaak zijn en als het hart er niet bij is, is de degen een ellendige strijkstok."

„Daarin heb je geen ongelijk. Ik ben daarom dubbel blij, dat ik in den slag bij Lützen uit zijn eigen mond heb vernomen, dat hij geloof en eer heeft weten te behouden. Wie had het echter ooit kunnen denken, dat wij broeders tegen elkander over in den slag zouden komen te staan, maar alles gaat tegenwoordig zoo wonderbaarlijk toe, dat men zich over niets meer moet verwonderen. Iedere week worden er soms honderd mannen gevangen genomen over en weer, die een maand later al mee vechten onder de vaandels van hun vroegere vijanden."

„Ik wil er Winfried ook geen verwijt van maken. Maar ik had hem liever hier bij ons,"

Zij lieten de paarden langzaam stappen en nu kwam uit het midden van het kamp eveneens stapvoets een ruiter op hen af. Toen zij elkander waren genaderd bleef de vreemdeling staan en nam beleefd zijn hoed af. Hij was rijk gekleed, droeg een sierlijken degen aan zijn zijde, men kon echter niet opmaken uit zijn kleeding tot welke troepenafdeeling hij behoorde. Ook een onderscheidingsteeken als officier ontbrak. Het was een jonge man slechts een paar jaar ouder dan Berthold, zijn voorkomen was voornaam, een weemoedige uitdrukking lag er in zijn vriendelijke oogen.

„Zooals ik wel kon verwachten, kent u mij niet meer, heer Von Steinach ?"

,/Neen, heer !"

„Is dat uw schildknaap, dien u daar bij u hebt?"

„Ja en neen. Hij noemt zich zei ven zoo, is ook als zoodanig ingeschreven, in werkelijkheid echter is hij mijn krijgsmakker en vriend."