is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zang. Het ging er ook al even opgewekt toe als in het geheele kamp.

»Zie je, zoo'n lied hoor ik nu vrij wat liever dan die klaagliederen van den prins, al is het wat ruw," merkte Valentijn op van zijn paard springend.

De wachtmeester naderde Berthold, die zijn paard aaneen stalknecht had overgegeven, salueerde en rapporteerde dat de onderofficier Hebestreit vandaag jarig was en omdat hij ook een kleine erfenis had gekregen de marketentster had gelast een klein vaatje voor het vendel aan te steken. „Zeg eens vadertje," viel Berthold den ouden snorrebaard in de rede, die zijn rapport met een ernstig gezicht had uitgebracht, „als die Hebestreit dit jaar niet reeds de derde erfenis en tenminste voor de vierde maal zijn verjaardag viert dan mag mijn degen in de schede vast roesten."

"Dan is het zeker de vorige keeren een vergissing geweest, kapitein, dwalen is menschelijk. Hebestreit zal voortaan beter oppassen . . . Maar voor vandaag ?"

„Toe dan maar," zeide Berthold lachend. „Maar jij zorgt me voor de orde."

Daar kwam de dienstvaardige marketentster reeds de straat af, rollende een vaatje voor zich uit, maakte halt voor den kapitein en rapporteerde: „Een fijn maar licht wijntje uit Würzburg, ik sta het zonder voordeel af, als het is voor het vendel Steinach."

„Dat kennen wij," riep Valentijn lachend uit.

In een oogwenk terwijl de kapitein en zijn wachtmeester nog bleven toeven, had de marketentster de toebereidselen gemaakt en reikte den kapitein den eersten beker. Deze dronk, reikte den beker aan Valentijn en wierp een paar geldstukjes in den hoed van de marketenster, dien zij in de hand hield. Nadat nog de chirurg en de hoefsmid rapport hadden uitgebracht wilde Berthold zijn tent opzoeken, doch werd echter nog opgehouden door een marskramer, die verlof vroeg den soldaten zijne bonte waren te mogen aanbieden.

„Let er op, wachtmeester," zeide Berthold, *dat de pocher