is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den keizer, wel stond hij nu in dienst van Wallenstein maar wat bond hem eigenlijk aan den persoon van den keizer, al noemden de officieren in het leger hem ook kameraad ? En was het dan werkelijk bewezen het verraad van Friedland tegenover den keizer? Zijne onderhandelingen met Saksen waren bekend in den Hofburg. De openlijke haat va» den oppersten generaal was meer gericht tegen de Spanjaarden dan tegen het huis van Oostenrijk, dat wist toch iedereen. „Ik ben niet verantwoordelijk," besloot Winfried zijne overpeinzingen „ik dien eenvoudig mijn heer, die mij welwillend behandelt."

Het was in Februari 1G34, toen Winfried op zekeren morgen nog zeer vroeg werd gewekt door een dienaar van den hertog, met het bevel terstond bij dezen te komen. Het viel Winfried op, dat de generalissimus er vermoeid uitzag. Winfried verkreeg de opdracht in allerijl naar Praag te rijden en persoonlijk een schrijven aan den overste Beek te overhandigen. „Mocht de brief," voegde de hertog er aan toe, „je op de een of andere manier afhandig worden gemaakt, dan keer je in geen geval terug, maar brengt den overste mondeling het bevel over, dat hij van heden af aan door geen tusschenpersoon de een of andere order van mij in ontvangst moet nemen, dat hij aan niemand behalve aan mijzelven de sleutels van de vesting Praag moet overhandigen. Binnen een paar dagen ben ik zelf voor de stad. Ik vertrouw je zeer veel toe, Windfried von Steinach ... de bodem begint te wankelen onder mijne voeten en om mij heen bevinden zich slechts weinig getrouwen. Neem deze ring mee ter bekrachtiging voor Beek, hij kent hem. Eu nu voorwaarts V'

Tot groote verwondering van Winfried ontving overste Beek hem niet alleen, maar bevond er zich in hetzelfde vertrek een van de kapiteins van Gallas. Gallas stond bekend als een van de generaals, die het niet eens waren met Wallenstein, en het bevreemdde den jonker dus Ie meer, dat overste Heek kalm voortging met een schrijven te lezen, dat de kapitein hem juist scheen te hebben overhandigd, zonder Onder de Vanen van Vriend en Vijand. 10