is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En Berthold schudde zijn broeder hartelijk de hand en trok hem mee naast zich op de bank, waar Winfried zijn hart uitstortte en eens flink uitschreide.

Barbara zorgde intusschen voor het avondeten en toen allen later bij elkander zaten in de kamer, ging het over en weer aan het vertellen.

z/En wat ben je nu verder van plan te doen, beste broeder," vroeg Berthold: „je bent te oud om hier te blijven en aan Barbara's boeselaar te hangen; je zult er ook wel geen plan op hebben nu nog naar Wittenberg te gaan om een godgeleerde te worden, zooals dominee Leander dit zoo gaarne zou zien, er zal je dus wel niets anders overblijven dan maar weer in den stijgbeugel te gaan."

„Wil je me misschien in je vendel opnemen?" vroeg Winfried droevig.

//Niets liever dan dat. Je begint als vrijwillig ruiter en later kom je wel verder. Je bent volkomen vrij, niemand heeft je de wet voor te schrijven."

z/Ja, ik ben wel vrij, maar ik verlang naar niefs anders dan naar rust, ik ben zoo door tegenspoed gevolgd, dat zwaard en lans mij voor goed tegenstaan. Trek het je niet aan, Berthold, als ik liever mijn eigen weg ga, jij hebt niets anders dan geluk gekend en je kunt je toch niet verplaatsen in uiijn toestand."

z/Ik zou iu je oogeu niet gaarne den schijn aannemen van hardvochtig en onrechtvaardig te zijn, maar ik beg-rijp nog niet goed wat je eigenlijk wilt, je kunt hier toch niet dag iu dag uit zonder bezigheid zitten. Op het oogenblik gaat het mij ook niet voor den wind, maar ik laat mijn hoofd daarom niet terstond hangen. Spreek jij eens een verstandig woordje, Barbel."

„Nu zal het nog mooier worden, dat ik de kastanjes uit het vuur halen moet. Wat zal ik nu voor raad geven? Ik heb eens hooren zeggen, dat een menschelijk hart verdeeld is iu verscheiden kamertjes. Nu, ik heb er zeker twee in ieder, waarvan een geheel verschillend antwoord te vinden is. Het Onder de Vanen van Vriend en Vijand. 17