is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voudige avondmaal. Bob was in den stal bezig hout te kloven en Winfried liep met zijn cither het vertrek op en neer. Barbara haastte zich de deur te openen, maar deinsde verschrikt achteruit, toen de wilde gast haar onder ruw gelach op zijde duwde en zonder complimenten naar binnen trad.

z/Nou? Hoe is het? Krijg ik wat of niet. Jij lang vrouwmeusch?" snauwde de krijgsman, die een hooggeplaatst keizerlijk officier scheen te zijn, Barbara toe. „Ik ben niet gewend meer dan één keer om brood te bedelen. Staar mij niet zoo onnoozel aan, de duivel is niet bij je binnen gekomen, ofschoon mijn vijanden mij voor niet veel beters houden. Komaan, haast je wat!

Barbara was anders niet licht uit het veld te slaan, maar de gast, die nu met geweld haar woning was binnen getreden, was wel geschikt iemand schrik aan te jagen. In een donkergeel gelaat vonkelden een paar koolzwarte oogen, zwart ruw haar bedekte het voorhoofd, een breed litteeken, dat door den pikzwarten baard tot aan de bovenlip liep, was oorzaak dat het gelaat onder het spreken steeds een weinig scheef trok. De stem van den officier was helder, maar hard, de man was gewend om te bevelen.

Terwijl Barbara nu kalm en bedaard het een en ander voor den dag haalde en op tafel zette, had de vreemdeling Winfried in het oog gekregen. Hij kon alleen zijn gestalte, niet zijn gelaat onderscheiden en vroeg barsch: „Wat ben jij voor een lange, onnoozele slungel, recht van lijf en leden, die een ordentlijk soldaat zoudt kunnen zijn en hier omboemelt met je jankhout? Schaam je wat, luilak!"

Nu was het uit met Barbara's geduld; zij ging vlak voor den vreemdeling staan en sprak op luiden toon: „Heer officier, wie bent u? Wat wilt u? En wat houdt u er voor manieren op na? Misschien bent u er ook niets te goed voor om uw degen tegen een boerenvrouw te trekken, dat zou me niets verwonderen. Deze heer, dien u ten onrechte uitscheldt, is een edelman uit de Pfalz, geen edeler bloed dan het zijne tien mijlen in de ronde . . . hebt u mij verstaan?"