is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als hij nuchteren is." Niemand heeft het later gezien behalve ik, dat hij den armen stumpert, dien hij het leven had geschonken nog een beurs met geld toewierp."

z/Dus heb je het goed gehad onder de vanen van onzen bittersten vijand?"

elk zou liegen als ik zei dat het anders was, het was een opgewekt ruiterleven onder Jean noir, zooals de Frauschen onzen generaal noemen, sedert ons uitstapje naar Parijs en St. Denis. Wat hebben wij ze toen daar een schrik aangejaagd! Neen, ik kan niet eens zeggen, dat mijn geweten zich in al dien tijd bezwaard heeft gevoeld sedert ik met Johann Von Werth meetrok. Jij weet het natuurlijk even goed als ik, dat in dezen oorlog, dien men vreemd genoeg nog altijd een godsdienstoorlog noemt, geen bevelhebber naar liet geloof van zijne manschappen vraagt. Weimar zal ook geen gebrek aan katholieken in zijn Fransch leger hebben."

^Je hebt volkomen gelijk. Maar vertel mij nu eens alles van je veldtochten."

Winfried voldeed aan zijn verzoek en toen hij geëindigd had, klopte Berthold hem broederlijk op den schouder en zeide: //Maar nu is het ook uit met onze vijandschap. Moeder's kruis en ketting zullen niet weer worden gescheiden. Wij blijven nu voortaan bij elkander. Jij treedt in hertog Bernhard's dienst. Ik hoop, dat ook hierdoor je geweten zich niet bezwaard zal gevoelen."

//Zeker niet!" antwoordde Winfried, want de ervaringen van de laatste jaren hadden hem over de lotgevallen van den oorlog anders leeren denken dan vroeger. Hij was een echte zoon van den langdurigen krijg geworden en er stak volgens zijn meening niets verkeerds in heden voor en morgen tegen den keizer te strijden. De oorlog was ook zelfs onder de officieren handwerk geworden, niet meer neiging. wZeker, Berthold! Ik neem ieder voorstel van Weimar aan, hij zal terwille van jou mij wel een officiersplaats geven. Wel wilde ik tevoren gaarne openlijk afscheid van mijn generaal nemen, hij heeft het verdiend, dat ik hem dankbaarheid betoon."