is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pak slaag wil ik u niet laten geven terwille van uw ambt. Maar ik, Berthold Landschad von Steinach, zweer bij dit kruis, dat indien gij den verlangden eed niet aflegt, ik u op slag gedwongen in mijn escadron opneem, waar gij zult leeren rijden het geheele rijk door. Gij kunt dan de getuigenis afleggen, dat men bij mijn escadron krasse rijlessen ontvangt. Kies!"

„Maak uzelf niet ongelukkig, eerwaarde!" vermaande de rechter, „de gestrenge heer overste houdt wis zijn eed!"

Eindelijk gaf Schottenius toe, ofschoon schoorvoetend. Op hetzelfde oogenblik rapporteerde Valentijn dat de boeren voor het huis verzameld waren. Berthold gelastte alle in het vertrek aanwezige personen hem te volgen, en stelde zich met hen op voor het huis tegenover de boeren.

„Misschien is het in het geheel niet meer noodig," sprak hij tot Winfried en Valentijn, „maar een dubbele strop is des te sterker!" En tot de dorpelingen gewend vervolgde hij: „Gij, mannen uit Wiesenbach, de meesten uwer hebben heer Plaikard Landschad von Steinach, uw heer, gekend, dat was mijn grootvader, en zoo God het wil, hoop ik eenmaal op aijn plaats op den Dilsberg te zitten. Luister dus naar mij en onthoudt mijne woorden. Gij hebt het laten geschieden , dat deze manrien uit Neckargemünd de oude trouwe Ursula Zingel, de vrouw van den dorpsschout wegvoerden. Nu willen zij met de dochter hetzelfde doen. Ik heb hen van hun voornemen afgebracht en zij zullen stil naar huis gaan. Komt echter een hunner opnieuw met dezelfde bedoeling in het dorp of zelfs ook een ander, dan gelast ik u hem zonder verder onderzoek om te brengen. Sla hem dood met hooivork of dorschvlegel om het even. Ik veroorloof het u niet alleen, maar ik, uw toekomstige heer, beveel het u. Mocht gij mijne bevelen niet opvolgen, mocht vrouw Hampton een haar gedeerd worden dan leg ik, als ik wederkeer, dit dorp Wiesenbach in de asch en maak het gelijk met den aardbodem . . . Datzelfde kunt gij, heeren uit Neckargemünd, uwe medeburgers aankondigen, voor het geval dat anderen uit die