is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trap, die naar de eerste verdieping leidt, opholt, sluipt er iemand bij een buiging van de trap haastig langs hem heen, maar hij herkent toch den man, die met een vluchtigen groet verdwijnt. liet is dokter Blandini en Steinach verwondert zich over de geheimzinnige manier van doen, die hij anders niet bij hem heeft waargenomen.

Bernhard Von Weimar ligt gekleed op zijn rustbed als Berthold bij hem binnentreedt, hij heeft, eer hij aan het venster verscheen, een van die verschrikkelijke kramp en pijnlijke aanvallen doorstaan, die zijne krachten sloopen. Zijn gelaat heldert echter op als hij zijn jongen vriend ziet. Zachtkeus, behoedzaam op de teeneu sluipend, komt Berthold naderbij, zijn hart krimpt ineen als hij het vervallen gelaat ziet, maar hij is voorbereid en doet zijn best te glimlachen. De zieke zegt: //Kom nu eens rustig bij mij zitten, mijn jongen. Ik ben wel een weinig uitgeput, ik heb echter, zoo hoop ik tenminste, een poosje tijd eer er weer een nieuwe aanval begint. Je meende misschien wel, dat ik je heelemaal vergat? Neen, Berthold. Ik had alleen maar teveel te doen. Het deed mij goed je aan het venster te zien. ... In elk geval zou ik je nog wel hebben laten roepen voor mijn dood."

//Heer, spreek niet op die wijze over uw dood, hoe ziek u ook moogt zijn l"

z/Je behoort zelf tot de dappersten, Berthold, en zoudt het graf zonder vrees en beven te gemoet gaan. Zoo gaat het nu ook mij, ik ben kalmer dan toen je mij onlangs bezocht, ofschoon ik zeker meen te zijn vau mijn uiteinde. Het heeft mij ook een geduchte overwinning gekost, mij met dit denkbeeld te verzoenen, ik ben nog geen veertig jaar. Doch wat helpt het! Deze koorts verteert mij, zulk een gloed en hitte kan zelfs groen hout niet weerstaan."

//Dat kan ook weder anders worden, zou er voor u geen artsenij bestaan? Uw dokter, dien ik daarjuist op de trap tegenkwam" . . .

//Daar juist?" vroeg de hertog hem in de rede vallend. //Ja, heer. Ik heb wel niet met hem kunnen spreken, daar