is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

signaal van den trompetter en het zwenken met de parlementen e vlag. Het geschut had Berthold laten bezetten doorzijn eij,en ruiteis en zij maakten zulk een kranigen indruk, alsof zij hun leven lang bij de artillerie hadden gestaan. De overige ruiters stonden in rei en gelid, toen overste Preuner rijn intocht hield, de officieren salueerden en begaven zich hun overste en zijne gasten volgend in de groote zaal, waar zij allen volgens rang en leeftijd aan een lange tafel plaats namen.

Berthold begon: „Mijn waarde overste Preuner! Ik heb al mijn officieren uitgenoodigd deel te nemen aan de beraadslaging niet met de bedoeling hun stem te geven, want zij zijn allen te goede soldaten om niet te weten, dat er in oorlog en vrede onder de soldaten slechts één stem beslist. Zij zijn hier verzameld om u te bewijzen, dat in onze bezetting niet slechts uiterlijk maar ook innerlijk de geest van de grootste eensgezindheid heerscht. Dit wilde ik u voor het begin van onze onderhandeling te kennen geven."

De grijze commandant van Heidelberg antwoordde na een hchte bu'ging tot Berthold en zijn officieren aldus: „Heer Von Steinach ! Ik ken uw naam zeer goed en gevoel achting voor het oude geslacht ! Ik heb ook reeds door uw broeder Winfried, dien ik nog ken uit den tijd, toen hij streed onder de vanen van Johann von Werth, reeds allerlei over de lotgevallen van de tweelingbroeders vernomen. Maar er is ner nu sprake van iets anders dan van persoonlijke achting. Da gij als vrijbuiter het land doortrekt en als zoodanig u zelfs meester maakt van een kleine vesting, houd ik niet voor mogelijk. Daartoe is uw krijgsvolk te talrijk en tegoed gediciplineerd. Ook zoudt gij weten, dat gij dan niet zoudt kunnen onderhandelen met een oud, eerbaar officier. Dus allereerst, kort en bondig: Wie is uw krijgsoverste?"

„Mijn vorst Karei Lodewijk van de Pfalz."

„Uw vorst? Een vorst zonder land?"

//De titel van een Duitschen keurvorst is hem zelfs ondanks allen tegenspoed en alle vijandigheid in dezen oorlobij den laatsten rijksdag door den keizer en de vorsten ge°-