is toegevoegd aan uw favorieten.

Tandraderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

E. Tandraderen voor kruisende assen.

Hyperbolische tandraderen.

Zijn de frictieschijven (fig. 56) gegeven, dan kan men hierop door eenzelfde benaderingsmethode als bij de kegelraderen het tandprofiel construeeren. Men gebruikt hiervoor de twee complementaire kegels, waarvan de gemeenschappelijke beschrijvende lijn weer loodrecht staat op de aanrakingslijn der beide wrijvingsschijven. Het eenige onderscheid met de constructie bij kegelraderen (de gedeelten der hyperboloïdes, die men gebruikt, kan men door kegelvormige schijven benaderen), is alleen, dat men de beschrijvende lijnen nu niet naar één punt, het snijpunt der beide assen trekt, maar onder denzelfden hoek met de assen laat loopen, dien de beschrijvende lijn der hyperboloïdes daarmee maakt. Tot het bepalen van den tophoek der beide constructiekegels laat men de beschrijvende lijn zoover draaien tot ze door het uiterste punt van de projectie der hyperboloïde I resp. II gaat.

Door de glijding der tanden ook in breedterichting over elkaar (zie formules 7, 7a en 76), is de wrijving dezer wielen zeer veel grooter, dan die van cylindrische en conische tandraderen.

Hyperbolische raderen kunnen niet met hoektanden worden uitgevoerd, met het oog op bovengenoemde glijding.

Schroef raderen.

*In plaats van de beide middenstukken der hyperboloïden, kan men ook schroefraderen toepassen. Het onderscheid is gelegen in de aanraking. Terwijl deze bij hyperbolische raderen over een lijn plaats grijpt, is het contact bij schroefraderen slechts in één punt.

De grondvorm is de omwentelingscylinder. Op dezen cylinder wordt een schroef van een bepaald profiel gesneden. De spoed der schroeven voor de beide raderen hangt af van den hoek tusschen de twee assen en van de overweging,