is toegevoegd aan uw favorieten.

Drijfwerken met onderdeelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Berekening van de veer.

Het buigend moment:

Af/. = JFf . of

wanneer fi de breedte en // de dikte van de veer is:

i

6 ^ ^/2 (29

Denkt men de veer in 4 gelijke deelen verdeeld, dan is de doorbuiging van elk stuk gelijk aan de som van de doorbuiging van het horizontale stuk en de daling aan het uiteinde als gevolg van den omgebogen stand van het vertikale stuk.

r S , S ^ <i,:i K<fil

/ = /l+/2= .3 F.I + E.I ■ De totale doorbuiging is dus:

I Ka3 Ka- /\ 4 Kcfi

F~ 4 Uav + ~irr) = ; / (" + $*)• (3°

De slag van het beweegbare gedeelte van de koppeling wordt 15 mM. giooter genomen, dan noodig is om de veer te ontspannen.

Voor groote vermogens wordt de buitenschijf van kegelvormige groeven, de blokken van kegelvormige tanden voorzien.

Men krijgt dan weer wrijving op kegelvormige vlakken, waardoor de kracht A' en de afmetingen van de koppeling kleiner worden.

De wrijvingscoëff. wordt dan:

f = /

1 sin x ƒ cos x'

De vlakken, die hierbij loodrecht op de drukrichting staan, zijn de projecties van de kegelvlakken.

Voor het berekenen der afmetingen kan men op deze geprojecteerde oppervlakte een vlaktedruk van 2—3 KG. per cM2. aannemen.

Om de middelpuntvliedende kracht van de glijdblokken in evenwicht te houden