is toegevoegd aan uw favorieten.

Drijfwerken met onderdeelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kopcirkels bepaald, terwijl in A de punten a en <?j, in B de punten b en bi met elkaar in aanraking zullen zijn.

De richting van den tanddruk, die zoo constant mogelijk moet zijn, wordt aangegeven door de richting der normalen.

1 wee bij elkaar behoorende tandraderen moeten gelijken steek en gelijke ingrijplijn hebben.

Bij een wiel met gegeven steekcirkel en steek, kan men een willekeurig aantal wielen construeeren, die twee aan twee onderling steeds een goeden tandvorm hebben, indien men slechts zorgt, dat de steek dezelfde is en de beide deelen van de ingrijplijn congruent zijn. Deze wielen noemt men wisselraderen.

Als eenvoudigste vormen

van ingrijplijn komen de cirkel en de rechte lijn in aanmerking. Gebruikt men deelen van cirkels als ingrijplijn, dan bestaan de tandvormen uit cycloidale krommen. Bij de rechte lijn als meetkundige plaats van aanraking heeft de tand den " vorm van eene evolvente.

De voornaamste vormen dezer kromme lijnen ontstaan achtereenvolgens bij rolling van: