is toegevoegd aan uw favorieten.

Drijfwerken met onderdeelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zal dus de lengte van den kruisriem onveranderd blijven, dan is als voorwaarde te stellen:

Rx + R% ~ Gonstant.

Is het verhoudingsgetal van de overbrenging i, dan heeft men:

»1 = « X «• n

"2 = T

dus »^==*2' ^I02

2

Gebruik wordt gemaakt van 2 trapschijven, waarvan de schijven dezelfde middellijn hebben, doch tegenover elkaar geplaatst zijn. Bij oneven aantal schijven geldt voor de middelste:

R1 + RÏ R= 1 1

2

en voor de grootste:

Ri = iR2

waaruit voor gegeven i en R de stralen Rj en R2 zijn te bepalen.

In werkelijkheid wordt voor trapschijven wel gebruik gemaakt van open riemen, hoewel dan de spanning daarin bij de verschillende overbrengingen niet geheel dezelfde blijft.

Fig. 56.

De lengte van den riem is in fig. 56

L = 2 Ai A2 + boog A1 Ei Bi + boog A2 E2 B2. Nu is : Ai A2 = 02 C = a cos y.

boog Ai Ei Bi = Ri (ir + 2 y) „ A2 E2 B2 — R2 (tt 2 7)