is toegevoegd aan uw favorieten.

Toegepaste mechanica

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als sin al = o, is al = o, z, 2 z, . . . . in 't algemeen m z. De kleinste waarde voor a, de kleinste waarde voor P dus ook, die hieraan voldoet (uitgezonderd de waarde a — o, die ook P = o stelt, en dus buiten beschouwing kan blijven), is die. waarvoor

al = z,

O

* = ;•

7> _ zl EI ~ ?2'

P - *2EI

l2 '

Deze waarde zou P dus moeten hebben, om knik te veroorzaken; zolang P kleiner was, is geen gevaar te duchten. Maar evenmin, als P groter werd; pas als P zo groot werd, dat al = 2 z, zou opnieuw knik kunnen voorkomen, enz.

Fig. 2.

Wanneer de staaf (Fig. 2) aan het ene eind is ingeklemd en aan het vrije uiteinde wordt belast met een samendrukkende kracht, die aan dat uiteinde een uitwijking S geeft, wordt de vergelijking van de elastiese lijn:

^ _ _L ^->0 _ , 2 ,, .

dx2 EI ~ + EI _

of:

... .

dx2 - ~ a2V-y)>

0 —y = Ci cos ax -)- Cjj s*" ax-

Ter bepaling van C\, C,, en a :

voor x = o, is y = o, dus = S.

dy

voor x = o, is -j- = o:

dx

'ly

= — Ci a sin ax -f C2 a cos ax\

dus C-2 = o.