Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cenige bekendheid dat eene dergelijke gelegenheid zou worden geopend, of het verzoek tot opname kwam van allerlei kanten, en al spoedig voorzag de stichtster dat zij den grond gelegd had voor een werk, dat meer klachten zou eischen, dan waarover zij zelve, zij alleen, beschikken kon. Met eenige haar bekende en bevriende personen besprak zij deze belangrijke aangelegenheid, met dit gevolg dat zij kon overgaan tot het beleggen eener samenkomst ten haren huize, waar met haar tegenwoordig waren l)r. E. Barger, de Heer J. Bierens de Haan, Mr. T. L. L. Prins, Jhr. P. W. Quarles van UfFord, allen te Haarlem, Dr. L. Heldring, destijds Predikant te Bussum, en T. M. Looman te Amsterdam. Anderen, mede uitgenoodigd, als de Heer G. P. Ittman Jr. te Delftshaven en Dr. A. E. van Royen, waren verhinderd. Dr. Barger leidde de vergadering, de heer Bierens de Haan hield de notulen; 't was dus eene vergadering in optima forma. Zij had plaats aan den avond van 29 Dec. 1881.

Ter tafel kwam de dooi' Dr. Barger samengestelde brochure, die èn gaf eene beschrijving der vallende ziekte èn aantoonde de noodzakelijkheid eener naaide eischen van den bijzonderen toestand dier lijders ingerichte, derhalve deskundige, verpleging.

De bespreking er van bracht tot het besef van alle mede-vergaderden, dat toevallijders kranken zijn, die lijden aan eene lichamelijke krankheid, welke in vele gevallen, misschien langzaam, maar niettemin zeker, schadelijke gevolgen ook op verstand en gemoed uitoefent, en dan deze kranken voor de gewone samenleving vrij wel ongeschikt maakt, ook ongeschikt voor het huisgezin. De omgeving, waarin velen in het gewone gezin en in de maatschappij verkeeren, kan slechts de verergering der ziekte in de hand werken. Hier — zoo werd het ingezien — is het onvoldoende

Sluiten