Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Duitschland bevonden zich in de boven reeds genoemde groote Inrichting voor epileptischen te Bielefeld, 9 a 10 patiënten uit Holland. Dit laatste gaf aanleiding dat de aan die Stichting verbonden Pastor Krekeier naar Holland kwam om geldelijke ondersteuning voor haar te vragen. Op zijn collectereis door ons vaderland ontving hij van vele kanten aanvrage tot opneming van toevallijders in de Inrichting te Bielefeld, en dit had hem gebracht tot de aansporing om hier te lande zelf de hand aan den ploeg te slaan. Men had verder rekening te houden met de statistiek, die aanwees, dat in Duitschland op elke 2000 menschen zich één epileptische bevond, dat in andere landen vrij algemeen dezelfde verhouding bestond, dat het dus wel aan te nemen was dat zulks in Holland niet anders zou zijn, en het dus haast geene vraag kon wezen, of in ons land eene Inrichting tot verpleging van epileptischen levensvatbaarheid zou bezitten.

Nadat dit een en ander ernstig onder de oogen was gezien, werd bepaald dat men op 20 Jan. d.a.v. weer zou vergaderen en dan met hen die voor ditmaal wel waren uitgenoodigd, doch verhinderd waren geweest aan de oproeping gevolg te geven, benevens met anderen, die voor die tweede bijeenkomst zouden worden uitgenoodigd, als: Mevr. L. L. Bierens de Haan—van Leeuwen, Mevr. v. Boyen—Singendonck, te Haarlem, Mevr. Ittman—Betz te Delftshaven, en de Heeren A. D. de Marez Oijens en J. G. Sillern te Amsterdam, die in die tweede vergadering dan ook allen tegenwoordig waren.

Die vergadering is gehouden, het bewuste gebouwtje in oogenschouw genomen, en toen, 20 Jan. 1882, werd besloten over te gaan tot de oprichting eener vereeniging, en op kleine schaal de proef te

Sluiten