Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het schijnt dat men nu geen bezwaar meer had tegen liet luiden van de groote klok. Bekendheid bekomen wij alleen, luidde het oordeel ven Jonkvr. Teding van Berkhout, wanneer de zaak flink ter hand wordt genomen door een persoon, die als Directeur aan het hoofd der stichtingen staande, het als zijne levenstaak zal beschouwen deze te besturen en tegelijk de belangen der Vereeniging naar buiten te bevorderen.

Ernstig werd dan nu ook het denkbeeld: de aanstelling van een Directeur, aangevat, en dat te meer, daar men blijkens de aanvragen die inkwamen, wel tot de verpleging van nog andere mannelijke patiënten dan knapen zou moeten overgaan. Daarmee werd het oorspronkelijke plan nog belangrijker gewijzigd. Maar gevoeld werd dat dan een mannelijk hoofd, een Directeur, een krachtige persoonlijkheid, beslist 1100-

dig was. .

Wat nu terrein betreft, men moest het in de

omgeving van Haarlem zoeken. Maar de grond in de 0)i)geving van Haarlem is duur. In de stad kon men evenwel niet terecht. Immers, overgaande tot de verpleging van mannelijke patiënten, moest men dezen in °le gelegenheid kunnen stellen, landelijken arbeid te verrichten. Dat werd terstond ingezien. En ver van Haarlem kon ook niet, om den Directeur, die zijn oogen ook over de Inrichting te Haarlem moest laten gaan. De aandacht is gevestigd op „Schoonzicht", doch dat bleek bij onderzoek voor ons doel ongeschikt. Daarna op „Bentveld", doch de afstand tusschen dit landgoed en de Inrichting te Haarlem was te groot, dan "dat het toezicht voor den Directeur niet al te

bezwaarlijk zou zijn.

Den 14cn Nov. 1884 werd tot Directeur benoemd Ds. L. II. F. Creutzberg, predikant te Woudenberg, die de benoeming aannam, en een goed terrein, niet

Sluiten