Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangeprezen als de weg om wat de Vereeniging bezat liet meest productief te maken. En niets zou immers verhinderen om later, zoo noodig, een nieuw gebouw aan liet oude, het heerenhuis, te verbinden. De kosten van verbouwing en inrichting werden op slechts f 15000 begroot, en was het dan ook al iets minder geschikt voor de verpleging dan een nieuw gebouw zou zijn, liet was vooreerst dan toch wel voldoende, en men moet er tevreden mede zijn, als de kas niet toelaat meer te doen.

De Geneesheer echter bleef zeggen: elk bedrag, hoe gering ook, tot geschiktmaking van het heerenhuis voor de verpleging, uitgegeven, acht ik onraadzaam, want voor de verpleging van epileptischen met hunne eigenaardige behoeften zal het nimmer geschikt worden. Bovendien, 11a korten tijd is de ruimte toch weer onvoldoende; is het huis eenmaal verbouwd, dan is het voor particuliere bewoning weer minder bruikbaar, en moet er weer geld worden uitgegeven om het daarvoor bruikbaar te maken.

Gaandeweg werd men het dan ook hierover eens: het heerenhuis zal de Directeurswoning zijn, en voor de patiënten zal worden gebouwd.

En alzoo is geschied. Den 20on Febr. 1880 betrok de Directeur het heerenhuis.

Hoe en waar zal voor patiënten worden gebouwd, was nu de vraag. Aanvankelijk dacht men over een vleugel, aan de Directeurswoning te verbinden. De Geneesheer wilde, zoo mogelijk, twee vleugels, één voor patiënten le en 2° klasse, één voor 3e klassepatiënten. Eenvoudig, maar ruim en doelmatig moeten deze gebouwen zijn, d. i. aan billijke eischen voldoen. En men zou zoo moeten bouwen, dat, wanneer dit in het vervolg van tijd noodig mocht zijn, eene uitbreiding gemakkelijk en minder kostbaar zou kunnen geschieden.

Sluiten