Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ander. Er werd eene commissie benoemd, die de zaak zou onderzoeken. En in de vergadering van 7 Juni 1888 is men algemeen van oordeel: bouwen op Meer en Bosch is noodzakelijk; de mannen staan bij de vrouwen achter, en vele aanvragen moeten om plaatsgebrek worden afgewezen. Nu besluit de vergadering: er zal gebouwd en met een architect overlegd worden. Zes weken later had de aanbesteding plaats van een nieuw gebouw, vrijstaand, ter rechterzijde van de Directeurswoning op te trekken, met den voorgevel naar de Haarlemmermeer gekeerd. Den 15™ Mei 1889 werd het ingewijd en het heette aanvankelijk niet anders dan „het nieuwe gebouw." Daarin is zoowel voor 1° en 2® als voor 3C klasse patiënten plaats.

Geen vijf jaar later is reeds weer een gebouw in wording. Anderhalf jaar na de inwijding van „het nieuwe gebouw", 2 Oct. 1890, trad de nieuwe Directeur, de Zendelingleeraar J. L. Zegers op, wiens oog al spoedig open ging voor verschillende bestaande behoeften. Aan het oudste gebouw moest o.a. een badkamer worden aangebracht en, bij de vermeerdeling van patiënten en broeders, bestaande vertrekken vergroot, een deel van den zolder in het nieuwe gebouw tot slaapgelegenheid ingericht, terwijl met het oog op mogelijke gevallen van besmettelijken aard, een barak niet mocht blijven ontbreken.

Met verbouwen en verbeteren van het bestaande waren wij echter niet voldoende geholpen. Zonder meer plaatsruimte dan waarover wij met onze beide gebouwen konden beschikken, konden wij niet goed vooruitkomen. Werd niet weer gebouwd, dan zouden wij met het opnemen van nieuwe patiënten moeten eindigen, en het aantal broeders zou zich tot een voor ons onvoldoend cijfer hebben moeten beperken.

Sluiten