Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een rioleering op het terrein, teneinde bad- en keukenwater niet langer hun eigen weg zouden behoeven te zoeken (het waterverbruik is voor zulke gebouwen en voor zooveel menschen overvloedig en de waterloozing laat te Heemstede veel te wenschen over); het aanschaffen van een brandspuit met slangen (brandgevaar mag niet over het hoofd gezien worden, te minder naarmate gebouwen en bevolking toenemen); het plaatsen van een bergplaats voor petroleum, waarvan vooral tegen den winter een groote hoeveelheid moest worden ingeslagen (Heemstede bezit geen gasfabriek). Al deze dingen hebben hun beteekenis voor wie in de Inrichting leven en werken, en van hoeveel beteekenis ze wel zijn, kunnen zij het best weten, die deze veranderingen en verbeteringen hebben zien tot stand komen, m. a. w. Meer en Bosch hebben gekend in vroegeren toestand, en dus in staat zijn eene vergelijking te maken tusschen wat was en wat werd.

Nog echter ontbrak een gelegenheid ter verpleging van zeer ernstige kranken, voor wie de meeste stilte noodzakelijk is, en ook ter verpleging van lijders aan een of andere besmettelijke ziekte, kortheidshalve: een barak. Ook al om den toestand der kas werd met het bouwen daarvan geen haast gemaakt. In 1895 echter werd zulk een barak, een houten gebouw van 15 Meter lengte met zink bedekt, grootendeels met eigen krachten opgericht, en na de voltooiing „Rustoord" genoemd.

Ook bezaten wij nog niet een aparte plaats voor onze godsdienstige samenkomsten. Eerst zijn die gehouden in het dus genoemde „kleine gebouw", later Zoar geheeten; daarna is de eetzaal in het „nieuwe gebouw", later Salem genoemd; toen in een bij de oprichting van het derde gebouw, Eben Haezer, daarvoor bestemde zaal, doch die vrij spoedig daarvoor

Sluiten