Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziet, is getroffen door de belangrijke veranderingen, die deze buitenplaats heeft ondergaan, gelukkig zonder dat zij veel van hare schoonheid en aantrekkelijkheid heeft ingeboet. Met den grond is gewoekerd, de gedeelten voor den bouw benoodigd, zijn met groote zoi'g gekozen, zoodat zelfs door den laatsten \eelomvattenden bouw niet veel van het terrein behoefde opgeofferd te worden. Wij zien het alles aan als een duidelijk bewijs van den gestadigen, gezonden groei van liet werk, de uitbreiding van het eens nederig opgevatte lioogst bescheiden plan van werkzaamheid, waarmede de Vereeniging 25 jaar geleden optrad, of liever: in stilte aan liare taak begon.

En als wij op alles wat tot stand kwam het oog slaan, dan is sterk in ons deze overtuiging: niets van dat alles is gemaakt, gewild : het is alles geworden.

Mij is wel eens gezegd dat het Bestuur in vroeger jaren meermalen heeft gezucht: waren wij maar bij ons oorspronkelijk plan gebleven, -waren wij maar nooit tot de verpleging van mannen overgegaan! En er zijn jaren geweest, waarin verschillende oorzaken zulk een klacht minstens zeer begrijpelijk maakten. Maar gelukkig is die klacht nu al sinds jaren verstomd. Niemand denkt thans anders dan met innige voldoening aan wat van Meer en Bosch geworden is en wat God, dooi' wat daar mocht geschieden, heeft willen werken tot grooten zegen voor wie weethoevele menschen wel.

Zoo min als het van onze vrouwen-afdeeling kon worden voorzien wat uit het kleine begin in het gebouw in de Parklaan zou groeien, evenmin kon worden vermoed welke aanblik Meer en Bosch zou opleveren, 22 jaar nadat de eerste Directeur daar met die acht jongens binnentrok, en dat die aanblik zou zijn, zooals hij nu is.

Eben-Haëzer. Tot hiertoe heeft ons de Heer geholpen.

Sluiten