Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teruggebracht werd. Voor liet nieuwe gebouw in Haarlem (Silo) moest nog ƒ23692 betaald worden. Het resteerende van het voorschot (ƒ10009) uit het jaar 1880, bedroeg nog ƒ4500. Dit werd ons kwijt gescholden. De geheele schuld der Vereeniging bedroeg aan het einde van het 18° jaar een ƒ 30000, doch, al weer, al wat de Vereeniging bezat, bleef vrij van alle hypothecair verband.

Inmiddels waren ook gelden ingekomen voor de „Kapel", (het „lokaal") op Meer en Bosch, tot een bedrag van ƒ13000, en was men met den bouw er van begonnen. Het heeft gekost ƒ14435.

Het jaar 1901/2, ons 20°, was een goed jaar. Een legaat van ƒ5000 kwam vrij, een ander legaat van ƒ 4000 werd ontvangen, en voor den bouw kwam o. a. in een gift van ƒ5000. De totale schuld aan voorschotten enz. bedroeg echter ƒ34800.

En te Haarlem en te Heemstede moest een gebouw komen voor onze meest ongelukkige patiënten. Voor die twee gebouwen was minstens ƒ100000 noodig.

De Vereeniging had echter weer aan al hare financiëele verplichtingen kunnen voldoen, een deel aflossen der voorschotten, enz., terwijl het nadeelig saldo toch niet meer dan ƒ 1380 bedroeg, nadat voor den nieuwen bouw ƒ 15000 was rereserveerd.

Aangekocht werden te Haarlem 3 perceelen oude huisjes, noodig om plaats te winnen voor den bouw aldaar, en te Heemstede het aan Meer en Bosch grenzend stuk tuin- en moesgrond, en daartoe voor aankoop van terreinen ƒ20601 uitgegeven. Dit was in het boekjaar 1902/3. Voor het bouwfonds werd ƒ5000 op de nieuwe rekening gebracht.

Het Bestuur oordeelde dat het met vrijmoedigheid kon overgaan tot het sluiten eener geldleening van ƒ 100000. Zij werd aldus verdeeld:

Sluiten