Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan rusten op de Vereeniging de voorschotten van 1880/7 en 1900/1, waarvan jaarlijks ƒ 1000 moet worden afgelost, en waarvan aan het einde van het genoemde boekjaar nog ƒ 14000 moest afgelost worden.

Voorts moet worden betaald de rente van een voorschot van ƒ 13000 uit liet jaar 1898/99 ad 4 °/0, zijnde ƒ 520.

Al hetwelk geeft een verplichte jaarlijksche uitkeering van ƒ3500 ƒ000 + ƒ1000 + ƒ520 = ƒ5620.

Op denzelfden datum bedroeg het nadeelig saldo ƒ20038.31, doch nadat, gelijk reeds gemeld is, ƒ70000 voor den bouw was gereserveerd.

Dit bedrag was niet toereikend voor wat in 1905/6 voor den bouw werd uitgegeven. De laatste termijn voor den bouw in Haarlem met liet verschuldigde voor het daarbij gekomen werk, werd voldaan. Ook voor den bouw te Heemstede werden de verschuldigde termijnen betaald, benevens andere met dien bouw in verband staande posten; alles te zamen ƒ75112.57.

Op de rekening van het 25° boekjaar der Vereeniging is voor den bouw overgebracht ƒ13500, rentegevend belegd, en het bedrag van ƒ 6100 inschrijving grootboek 2V2 %, doch dit bedrag was niet voldoende voor de nog te betalen termijnen met al het werk, dat er bijkwam, en dat even noodig bleek.

Wij moesten dan ook het boekjaar 1905,6 sluiten met een nadeelig saldo van ƒ21451, waarvan, opdat de Vereeniging aan hare verplichtingen zou kunnen voldoen, ƒ21000 renteloos is voorgeschoten.

Het laatste jaar van de eerste kwart-eeuw werd ingegaan onder dezen last:

Sluiten