Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat onvoldoende was, onzerzijds dan voor de ontbrekende krachten zou worden gezorgd. Toen in dien geest ons een voorstel werd gedaan, gevoelde het Bestuur onzer Vereeniging zich daardoor pijnlijk getroffen, en men herinnerde er aan dat de vestiging onzer verpleging in Haarlem alleen was geschied op grond van de betrekking, die de stichteres wilde onderhouden zien tusschen het Haarlemse,he Huis en ons. Immers niet zoo algemeen achtte men onze stichting hier verkieslijk. Het Haarlemsche Huis zeide dat onze Stichting zich zoo boven alle verwachting uitbreidde, dat de vrees van op den duur niet in staat te zijn, ons de noodige krachten te kunnen verleenen, verre van ongegrond was. Hoe het Huis er ook zelf onder leed, ons dit te moeten berichten, het moest blijven verklaren dat het op den bestaanden voet niet kon voortgaan. Den 76» Dec. 1888 bood het ons het concept eener overeenkomst aan, waarbij het voor minstens zes zusters instond, maar dan ook zich tot grooter aantal niet kon verplichten. Maar 3 jaar later, 23 Sept. 1891, deelde het Bestuur van het Haarlemsche Huis ons mede dat er zich ernstige moeilijkheden voordeden bij de uitzending zijner zusters tot verpleging van onze patiënten, en dat verandering in den bestaanden toestand dringend verlangd werd. Het resultaat eener daarover met het Diakonessenhuis gevoerde correspondentie was dat ons Bestuui den 4° Dec. 4891 besloot om zelfde opleiding van diakonessen ter hand te nemen, nadat ook de Directeur het in ons belang achtte dien weg op te gaan, en de Besturende Zuster, schoon niet blind voor de moedijkheden, die het zou opleveren om eigen zusters vooi onze verpleging te bekomen, toch zich beieid verklaarde er mede de schouders onder te zetten.

Hiermede trad eene nieuwe phase in de geschie-

Sluiten