Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denis der Vereeniging in. Wij betuigden liet Haarlemsche Huis dank voor de zooveel jaren betoonde hulp, doch moesten nu de noodige stappen doen om eigen proefzusters te bekomen, en hare opleiding, een zaak van groote beteekenis 1), te behartigen. En deze bleven niet zonder gunstig gevolg. Enkele der zusters uit het Diakonessenhuis, eertijds bij ons werkzaam, gaven geheel vrijwillig haar verlangen te kennen zich aan onze Vereeniging te mogen verbinden, en enkele nieuwe proefzusters mochten wij aannemen.

In verband met dezen gewijzigden toestand nam het Bestuur een besluit, iemand te benoemen, die speciaal zou zijn voor de opleiding der zusters en de huishouding, terwijl de Besturende Zuster voornamelijk met de zorg voor de patiënten en hare verpleging zou zijn belast. Een daarvoor geschikt geachte Dame werd benoemd, doch deze verklaarde, althans voorloopig, de benoeming niet te kunnen aannemen. Door omstandigheden bleef deze zaak rusten. De Besturende Zuster vertrok in October 1893.

Voor één persoon, de waarnemend Besturende Zuster, was de taak te zwaar. De opleiding, het onderwijs, de zedelijke opvoeding, de geestelijke leiding der zusters, kwamen niet tot hun recht. De bedoelde dame werd op nieuw benoemd, 6 Juli 1894, doch om persoonlijke voor haar ovei'wegende bezwaren, moest zij voor de benoeming bedanken. Eerst den 21en Juni 1895 kon het Bestuur opnieuw tot eene benoeming

') De beteekenis der opleiding om de bezwaren, die daarbij in eene Inrichting, waar veel practische arbeid dag in dag uit moet worden verricht, moeten overwonnen worden, blijkt duidelijk in het hoofdstuk, dat over „de broederschap van Meer en Bosch" handelt. Veel van wat aangaande de opleiding daar in bijzonderheden is uiteengezet, betreft ook de vorming onzer zusters tot diakonessen.

Sluiten