Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den Heer Buisman niet voldaan, en al te zeer werd gevoeld wat ontbrak, en waarin niemand anders dan een beschaafde vrouw kon voorzien. Men was zoo gelukkig zulk eene te ontmoeten in Mevr. de Wed. Willinge Gratama—Hartogh Heijs, die in Maart 1880 werd benoemd voor de huishouding op Meer en Bosch, de benoeming aannam, en geinstalleerd werd op 23 Mei, tegelijk met de inwijding van het nieuwe gebouw aldaar (Salem). Haar werd, voornamelijk voor de kleeding en de wasch, toegevoegd Mej. Joh. de Bruin, die 27 Sept. '89 daartoe naar Meer en Bosch overkwam.

Nu brak aan het jaar 1890, voor Meer en Bosch een jaar van bijzondere beteekenis geworden.

Mej. van Oeveren zou 1 Mei vertrekken, de heer Buisman den len April, en den 3"1 Jan. zag de Directeur zich op aandrang van zijn geneesheer om gezondheidsredenen genoodzaakt te verzoeken, hem met ingang van de maand April te ontheffen van de taak, die hem zoo lief was, maar veel te zwaar voor zijn verminderde krachten.

Dat was voor onze Vereeniging een van die tijden, waarin het, zooals iemand het zoo juist besclnecf, den schijn heeft dat alles ons gaat ontvallen en men met volle kracht achteruitgeslagen wordt. Wendt God niet zulke harde middelen aan, om ons goed te doen ge\ oelen dat Hij, alleen Hij, de onmisbare is? Gelukkig dat Hij ook nog wat anders doet. Hij verandert zulke beroeringen in zegeningen, evenals de wind den boom schudt, om hem daardoor te vaster te doen wortelen.

Er waaien echter ook wel eens boomen om dooiden storm. Zou nu alles wat men onder veel zorg en wezenlijk groote, diep gevoelde bezwaren, tot stand had mogen brengen, op eenmaal worden weggeslagen? Zou de vrucht van al dat overleggen, dat kamÖ

Sluiten