Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Echter, reeds 11a 5 maanden, tot Directeur van het Te Huis voor Gymnasiasten, destijds te Amersfoort, benoemd, moest hij, in Aug. 1890, Meer en

Bosch verlaten.

De heer F. J. Los, Doctorandus in de theologie, was bereid tijdelijk het werk op te nemen, dat de Heer Bleeker had neergelegd.

Intusschen werd uitgezien naar de komst van den nieuwen Directeur, liet Bestuur had tot opvolger van Ds. Creutzberg benoemd Dr. L. Heldring, destijds predikant te Middelburg, die echter redenen had de benoeming niet aan te nemen. Toen was de keuze gevallen op den Heer J. L. Zegers, zendelingleeraar te Indramayoe op West-Java, die, krachtig overtuigd van Gods wil in deze, meende de benoeming niet te mogen afwijzen. Den 2on October werd hij plechtig tot zijne taak ingeleid, en het Bestuur en velen met het Bestuur koesterden goede verwachtingen voor de toekomst van het werk.

De oudste broeder der Inrichting, Broeder B. van Dam, werd door den nieuwen Directeur tijdelijk als Besturende Broeder aangesteld, terwijl deze onmiddellijk met den heer Bleeker, wiens hart zeer aan Meer en Bosch hing, in correspondentie trad over diens mogelijken terugkeer naar onze Inrichting. Op de gestelde condities sprong echter een nieuwe benoeming af.

Al dadelijk zon de Heer Zegers, willende treden in het voetspoor van zijn voorganger en zich willende toeleggen op krachtige ontwikkeling van het diakonaat, op vermeerdering van het aantal broeders, en het Bestuur liet hem daarin de handen vrij.

Doch aan dit belangrijk onderwerp wordt een afzonderlijk hoofdstuk gewijd onder het opschrift: „De broederschap van Meer en Bosch".

De zorg voor de kinderen kon weer uit de handen

Sluiten