Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog jeugdigen, maar actieven Broeder M. J. Bogert. £11° indien ooit van iemand is kunnen gesproken worden als van „de rechte man op de rechte plaats", dan kon dat van dezen jongen man geschieden, die veel liefhad, en eens door iemand, die het weten kon, den toenmaligen Voorzitter des Bestuurs, Dr. A. J. Th. Jonker, „de persoonlijke dienstvaardigheid" is genoemd. Hoe won hij de harten der patiënten! Hoe verstond hij de kunst het aangegroeid aantal broeders aan zich te verbinden! Hij werd steeds meer „de rechterhand" van den Directeur, hij, de altijd werkzame, zorgzame, wakkere, immer vriendelijke broeder! Een weldaad, een zegen werd hij voor grooten en kleinen, en voor de kleinen niet het minst. Door allen werd hij om het meest bemind, en ieder hield hem voor onmisbaar.

Ach, wij hebben hem verloren door den dood. Midden uit zijn bedrijvig, gezegend leven nam God hem van ons weg. Pas 32 jaar oud, nadat hij ruim -12 jaar aan onze Inrichting was verbonden en 0 jaar zijn belangrijke post als Besturende Broeder met zooveel hart en zooveel energie had vervuld, werd hij, 9 Febr. 1904, tot hooger werkkring opgeroepen. Wat zijn er om dat verlies tal van bittere tranen geweend!

Een der andere broeders, Broeder J. A. Muller, kreeg nu de opdracht de taak op te nemen, die de overledene had moeten neerleggen, en deze was sedert Febr. 1904 met grooten ijver en volle toewijding als Besturende Broeder op Meer en Bosch dag in dag uit bezig in een arbeid, die in den loop der jaren zoozeer in omvang is toegenomen, dat zij te zwaar werd voor de krachten van één mensch. Het werk werd nu verdeeld tusschen hem en Broeder F. II. Jonker, welke laatste tevens met het voeren van een deel deiuitgebreide en zich steeds vermeerderende correspondentie werd belast.

Sluiten