Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trice van hGt Te Huis voor vrouwen te Leiden, en een paar anderen, die niet lang onder ons verkeerden, tot Mej. de Bruin in 1895 weer terugkeerde, en als huismeesteres werkzaam bleef tot uit. Dec. 1903, toen belangrijke familieomstandigheden haar andermaal tot heengaan noopten.

Sedert berust de zorg voor de huishouding, voor de naaiafdeeling, voor de kleeding en — voor de kleinsten onzer patiënten in handen van vier onzei eigen Zusters-diakonessen, terwijl het oog van de echtgenoote van den Directeur over dat alles gaat, en men zou van nabij met het werk en het dagelijkscli leven binnen de Inrichting bekend moeten zijn om te kunnen begrijpen wat het woordje „alles" in dit verband te beduiden heeft.

Neen, Mevr. Zegers voorzag het niet dat bare taak dien omvang zou krijgen, toen zij er bij het begin van 1892 bij wijze van proef mede begon. Een officiëele aanstelling heeft nooit plaats gehad, en schertsend zegt ze vaak, dat ze nog steeds „waarnemend" is. Maar evenmin heeft iemand op 20 April 1885, toen die eerste jongens op Meer en Bosch aan kwamen, kunnen bevroeden dat het werk zich daar in zulk een mate zou ontwikkelen er zijn nu ± 200 patiënten benevens een 50 a 55 broeders -en dat op Meer en Bosch zoo veel zegen zou worden genoten en zooveel zegen van dat in nederigheid begonnen werk zou uitgaan.

Sluiten