Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

GENEESKUNDIGE DIENST.

Eert den medicijnmeester tot uwe behoeften, met de eer, die hem toebehoort, want de Heer heeft ook hem geschapen. Geeft den medicijnmeester plaats, en laat hem niet van u, want gij behoeft hem.

Spr. van Jezus Sirach 38 : 1, 11.

Eene hoogstbelangrijke aangelegenheid in onze Inrichtingen is — zeer natuurlijk — van den aanvang af geweest de voorziening in de geneeskundige hulp, die onze patiënten en hunne verzorgers en verzorgsters behoeven.

Deze is, gelijk van zelf spreekt, aan een bevoegd geneeskundige opgedragen, die onder ons naast den Directeur zijn eigen plaats inneemt. Met dit laatste willen wij dit zeggen: de beteekenis van den geneeskundigen dienst wordt in onze Inrichtingen ten volle en dankbaar als een zaak van zeer groot gewicht door ieder erkend, en dus de geneesheer geëerd „met de eer, die hem toebehoort." Dit uit te spreken is niet overbodig, nu in onze Inrichtingen niet de geneesheer de leiding van het geheel in handen heeft, m. a. w. niet een geneesheer Directeur dei' Inrichtingen is.

Dat dit wel het geval zou zijn, is wel eens door

Sluiten