Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als psychiatrisch adviseur bij voorkomende gevallen zou tei'zijde staan, terwijl hij zelf geneesheer voor de vrouwen-afdeeling te Haarlem zou blijven. Ook Dr. Colenbrander maakte zich spoedig voor ons zeer verdienstelijk, iemand, dien men wat gaarne op Meer en Bosch zag verschijnen, en die zelf in den gang van ons werk het grootste belang stelde. Niet genoeg kan het hart, de ijver, de liefde van beide geneesheeren worden geroemd, ook om het onderwijs door hen aan onze broeders en zusters gegeven, wat niet weinig bijdroeg om dezen voor hunne taak meer te bekwamen.

Een van hen, Dr. Colenbrander, was in het voorjaar van 1903 in de gelegenheid, eene wetenschappelijke reis naar het buitenland te maken, verschillende Inrichtingen voor epileptischen in Duitschland te bezoeken en met de daaraan verbonden medici te spreken. Den 25en Sept. van dat jaar diende hij van die reis aan het Bestuur een uitvoerig rapport in, en het was voor het Bestuur eene bemoediging dat Dr. Colenbrander als zijn indruk kon mededeelen dat onze Inrichtingen verre van achterstaan bij de door hem bezochte gestichten van gelijken aard, en dat de ondervinding in de zooveel oudere Inrichtingen in Duitschland, waarvan sommige grooter dan de onze, heeft geleerd dat geene andere behandeling en geneeswijze, dan die ook bij ons wordt toegepast, doeltreffend kan geacht worden. Alleen eischte bij ons verbetering de gelegenheid tot het aanwenden van baden en het beoefenen van verschillende handwerken.

Hierin nu is gelukkig kunnen worden voorzien bij den laatsten nieuwen bouw, waarin een aantal nieuwe, ruimere werkplaatsen, die de aandacht van reeds heel wat menschen getrokken hebben, zijn opgenomen.

Niet dat in dit opzicht vroeger het Bestuur niet overtuigd was dat een regelmatig aan het werk zijn

Sluiten