Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dient tut bevordering van liet lichamelijk en zedelijk welzijn onzer patiënten. Veeleer is daarop, en dat niet alleen om de patiënten bezig te houden, maar vooral uit een sanitair oogpunt, van den aanvang af alle nadruk gelegd. In onze vrowwen-afdeeling zijn allen, onder leiding en voorgang der zusters, zooveel mogelijk steeds met allerlei huishoudelijke werkzaamheden bezig, die alle liggen op het terrein van de vrouw, zooals daar b.v. is het behandelen en verstellen der wasch, waarvan wij vroeger reeds spraken, of zij zijn in de naaikamer of de keuken werkzaam gesteld. Er is naarmate de Inrichting grooter werd, voor vele handen overvloedig arbeid. Onder mannen levert het verschaffen van kalme en geregelde bezigheid echter meer bezwaar op bij groot verschil van aanleg en weleer al of niet uitgeoefend bedrijf. Moeilijk valt het daarmede altijd in overeenstemming te brengen wat wij onzen patiënten kunnen te doen geven. Daarom is er in de mannen-afdeeling veel meer verschil van arbeid, dan bij de vrouwen zelfs denkbaar is. Hierbij komt vaak dat de toestand zelf, waarin de patiënt gekomen is, niet langer toelaat zijn vroeger vak uit te oefenen. Zoodra er voor hem eenig gevaar aan verbonden is, b.v. als er klimmen bij te pas komt, mag hem dat niet worden toegestaan.

Men zal nu misschien denken: er is voor ieder wel wat te doen, al laat men ze, gelijk dat gezegd is, maar blaren of steenen ergens heen kruien en later weer terugkruien. Wij hebben dat nooit geprobeerd, omdat wij zulk werken zonder doel verafschuwen als den mensch onwaardig, en het werken in onze Inrichting niet geschiedt alleen om de patiënten bezig te houden. Ik heb wel gelezen dat iemand in een tijd van werkloosheid mannen aannam om keien van het eene dorp naar het andere te karren, en toen ze

Sluiten