Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

„DE BROEDERSCHAP VAN /AEER EN BOSCH."

Er is verscheidenheid der gaven, doch het is dezelfde Geest.

1 Cor. 12 : 4.

Dat wij de „Broederschap" in een afzonderlijk hoofdstuk ter sprake brengen, en daaraan meer bladzijden dan aan onze „Zusters" wijden, heeft een zeer geldige reden. Er is een kenmerkend verschil tusschen het „zuster"- en het „broeder"-zijn.

Er is groot verschil tusschen dat, wat van eene jonge dochter gevraagd wordt, als zij zich aan het diakonessenwerk geeft, en wat gevraagd wordt van den jongen man, die zich geeft om diakoon te worden. Niet ieder ziet dat in. Toch is het zoo.

Een die jaren lang midden in ons werk staat, heeft het verschil aldus omschreven. Daar is een meisje van 18 a 20 jaar, dat meent roeping te hebben voor het schoone diakonessenwerk. Wat moet zij daarvoor vaarwel zeggen? Laat ons zeggen: het ouderlijk huis, een kring van vriendinnen, een zekere mate van vrijheid om te doen wat zij wil, zich te kleeden, zooals zij wil, misschien ook eenige philanthropische bezigheden, waaraan zij zooveel of zoo weinig tijd geeft, als zij zelve begeert. Zij zal, zuster geworden, er zich

Sluiten