is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkschrift

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jonge mannen bevestigend geantwoord was op deze vragen:

Of gij in uw hart gevoelt van God zeiven tot den heiligen dienst van het diakonenambt geroepen te zijn?

En: of gij des zins en willens zijt uwe roeping als Dienende Broeders, volgens de omschrijving daarvan in de bepalingen onzer Vereeniging, in de vreeze des Heeren naar zijn heilig Woord getrouw te vervullen?

Met opzet werd niet gevraagd zich aan onze Vereeniging blijvend te verbinden. Geeischt werd te beloven dat men zich aan het werk der dienende liefde verbond, zooals dat in onze Vereeniging bij de opleiding den jongen mannen wordt bekend gemaakt; niet geeischt werd dat men zich aan eene corporatie voor altijd aansloot.

Elfmaal had tot dusver zulk een inzegening plaats, steeds in hetzelfde kerkgebouw, op dezelfde wijze en in tegenwoordigheid van vele getuigen. Waren er niet 11 ingenegenden vertrokken of om geldige redenen ontslagen, of ook, door den Heer tot hooger leven opgeroepen, dan zou het getal der ingezegende broeders, behoorende tot onze Vereeniging, nu 47 bedragen. Thans is het 36.

Wij zijn echter den gang der geschiedenis vooruitgeloopen, en keeren tot den eersten tijd na 1890 terug. Vele jongelingen meldden zich toen aan en sedert zien wij den broederkring eerst snel, dan langzamer groeien, verder scheen er een tijd van stilstaan te komen, daarna ging de uitbreiding weer beter.

De Directeur bepleitte den diakonenarbeid op velerlei wijze: in vergaderingen, bij openbare spreekbeurten in kerken en lokalen, op zendingsfeesten en conferenties. Vele artikelen van zijn hand verschenen in: de Bouwsteenen, de Jongelings-Bode, de Amsterdamsche Volksbode, de Ned. Kerkbode enz. En al