Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afmattend, kan zoo lielit de voor dit werk onmisbare geestdrift dooven. Daarom moest de broeder af en toe er eens „uit"; andere menschen zien, anderen arbeid verrichten, het zou zijn geest verfrisschen, en straks zouden onze eigen verpleegden daar weer het voordeel van ondervinden. En bovendien dat „naar buiten" gaan, niet alleen dat het een ruimer arbeidsveld ontsloot voor de toekomstige diakonen, maar daalde diakoon toch niet uitsluitend en noodzakelijk „verpleger" is, zouden daardoor ook de verschillende gaven onder hen meer tot haar recht kunnen komen.

Men wist dus wat men wilde. Niet dat een juist beeld van de eischen aan de opleiding te stellen, geheel klaar voor de oogen stond. Ook zou het niet wijs geweest zijn, zich reeds dadelijk te binden aan een bepaald stelsel. De ervaring zou ook hier de beste leermeesteres blijken, de ervaring, die men alleen in den arbeid kan opdoen, en — men moest afwachten van welk gehalte het materiaal zou zijn, dat men te bearbeiden zou krijgen.

Evenwel, men had dan toch een ideaal, en dat bepaalde althans eenigszins de richting, waarin men zou sturen.

Maar, een mensch, ook een Vereeniging, een bestuur kan niet altijd wat gewild wordt, moet althans vaak lang met allerlei omstandigheden worstelen, eer eenigszins wordt benaderd wat wordt nagestreefd. De aanvangers hebben het in den regel het moeilijkst.

Met de opleiding der broeders ging het eerst eigenlijk meer dan gebrekkig. Er waren broeders te weinig voor het werk dat gedaan en het toezicht op de verpleegden dat moest uitgeoefend worden, er waren geen onderwijskrachten en de Directeur, die bovendien ook pastor van het Diakonessenhuis te Haarlem was, had het druk.

Sluiten