Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogelijk met aanleg, gaven en wenschen, en al wordt niemand tegen zijn zin op een bepaalde post geplaatst, de broeder is gehouden om te gaan daar, waar hij gezonden wordt, ook al is dat nu niet geheel in overeenstemming met wat hij zelf zou gekozen hebben. Hij moet in dat opzicht kunnen gehoorzamen en vertrouwen stellen in hen, in wier handen God zijne opleiding gegeven heeft, en aan wier leiding hij zich eenmaal gaarne heeft toevertrouwd. Het karakter van ons werk eischt zelfovergave, en meermalen is bet gebleken, heel duidelijk, aanwijsbaar, hoe men bij zelfovergave juist terecht komt op de rechte plaats. Gez. 19 : 4 moet voorts de lijfspreuk bevatten van eiken echten diakoon.

Wij mogen God wel vurig danken dat wij van veel aanhankelijkheid en trouw aan ons en het werk bij een groot aantal broeders mogen spreken, 't Moeilijkst is zeker niet de broeders te houden, die wij eenmaal hebben, en het beteekent heel wat dat te kunnen zeggen, 't Moeilijkst is nieuwen aanvoer te bekomen, jeugdige frissche krachten, die het werk aanvatten en dat voortzetten met niet verflauwden ijver en moed.

Dat laatste zullen wij niet van allen, die nog zullen komen,, verwachten; het zou te veel verwacht zijn, zelfs van alle eenmaal ingezegende broeders. Die werkelijk niet in staat blijkt, den arbeid der liefde vol te houden, die moet dien arbeid opgeven. Voortzetten alleen, omdat men eenmaal een belofte heeft afgelegd, zou uitloopen op verkrachting van eigen persoonlijkheid. Het leven wordt dan een lijden. Een uitwendige band zou dan slechts binden, en een uitwendige band kan nooit de liefde te voorschijn roepen, als zij er niet is, evenmin als een uitwendig, een opgelegd gebod dat kan. Is de liefde er echter wèl, dan kan geen enkel uitwendig ding haar belemmeren.

Sluiten