Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mej. M. de Booij te Haarlem. De heeren Ed. de Lanoy en Jolian Winkler te Haarlem, benevens de lieer S. P. van Eeghen te Amsterdam, insgelijks benoemd, hebben bedankt.

In hetzelfde jaar werden nog benoemd de heeren: Mr. D. E. van Lennep, Burgemeester van Heemstede, Mr. C. Rasch, Gemeente-secretaris te Haarlem, en de rustend Hoogleeraar Dr. P. j. Muller te Haarlem. Alleen de laatste nam de benoeming aan. In het begin van 1890 had de keuze plaats van de heeren Mr. B. J. Rasch en Mr. F. R. Crommelin, te Haarlem, die beiden de benoeming aannamen.

Maar in 1890 ontviel ons de voortreffelijke heer J. G. Sillem door den dood, en in 1897 zag Ds. Knottenbelt wegens zijn vele andere bezigheden zich, volgens den raad van zijn geneesheer, genoodzaakt af te treden als Voorzitter en als Bestuurslid. In verschillend opzicht hebben beide heeren onze Vereeniging groote diensten bewezen. In de plaats van Ds. Knottenbelt werd Dr. Muller tot Voorzitter benoemd, en tot bestuursleden gekozen eerst de heer E. Sillem te Amsterdam, die bedankte, en daarna de heer Jhr. O. J. A. Repelaer van Driel te 's Hage, die aannam, en de heer W. van Hasselt te Haarlem, die bedankte.

In dat jaar legde de heer van Royen het secretariaat neer, en werd opgevolgd door Mr. F. R. Crommelin. In 1899 ontviel de heer van Royen aan het Bestuur dooi1 den dood, en in zijne plaats trad in 1900/1901 Ds. G. J. A. Jonker te Haarlem op. De heeren G. Wendelaar te Amsterdam en L. W. Havelaar te Haarlem hadden in 1899 voor een benoeming bedankt. De lieer D.s. de Blocq van Scheltinga te Haarlem deed dat in 1900, tegelijk met Ds. Jonker benoemd.

Sluiten