Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tiënten had ƒ 0588 in de kas moeten komen, en er werd slechts ƒ3322 geind, ook al veroorzaakt door dat steeds eenigen slecht nakwamen de betaling der verpleeggelden, waartoe zij zich bij contract hadden verbonden. De staat der Suppletiekas was zoodanig, dat uit de gewone kas niet minder dan ƒ2213 moest worden bijgepast. Een volgend jaar was het tekort ƒ2800, en daar voor de Suppletiekas slechts ƒ038 was ingekomen, moest niet minder dan ƒ2200 uit de Vereenigingskas komen. In vijf jaren tijds kwam het de Vereeniging op ƒ10000 te staan. Het aantal aanvragen werd steeds grooter. Lange, droeve geschiedenissen kwamen ter onzer kennis. Kon het Bestuur afwijzen? Moesten de ongelukkigsten dan maar aan hun droevig lot overgelaten worden ? Zij, die ook om hun armoede het meest behoefte hebben, vanwege die armoede van hulp uitgesloten worden?

En toch, en toch!

Een Dame zorgde voor één vrijbed. 50 personen zouden daaitoe wekelijks 10 cents, dus / 5 bijdragen.

En nu was de weg geopend voor een werkplan, dat onder den naam van ,.üe macht van het Kleine" in de Vereeniging en in den lande wel bekend is geworden.

Niet dat dit terstond werd aangevat. Er geschiedde eerst iets anders. De Directeur sprak op het Zendingsfeest in 1892 op het landgoed „Meer en Berg" te Heemstede over „het dienen om Jezus wil." Dit woord sloeg in bij een christen uit Haarlem, die naar het Zendingsfeest was opgegaan met de vraag in het hart: Wat kan ik doen voor Jezus? Hij ontving op het feest het antwoord. Hij begon met bij enkele vrienden van 1 tot 5 cent per week te verzamelen. Zoo kreeg hij reeds 't eerste jaar ƒ140 bijeen, het tweede ƒ250. Hieruit is te Haarlem ontstaan de Vereeniging „Het Mosterdzaad", die sedert de verloopen

Sluiten