Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

optredende, door zijne mededeelingen en zijn opwekkend woord op verschillende plaatsen groote sympathie wist te wekken voor dit schoone werk: het voor arme epileptischen mogelijk te maken in onze Inrichtingen eene doelmatige verpleging en in hun lijden de zegeningen des Evangelies te genieten.

Sedert 1 Dec. 1890 is het dat, waar zulks noodig is, patiënten uit eigen naaste omgeving voor rekening eèner 2'/2 ct. Vereeniging worden verpleegd. Men vraagt dan niet aan de Suppletiekas om hulp, men brengt zelf het noodige bijeen. „Het Mosterdzaad" te Haarlem ging daarin voor, Rotterdam deed hetzelfde, en op verschillende plaatsen vonden deze voorbeelden navolging. En het is gebleken dat bij eenigen goeden wil en waar het maar niet aan volharding ontbreekt, de verpleging van onvermogende toevallijders geene onmogelijkheid is, al moet voor één patiënt dan ook f 200 per jaar worden samengebracht uit betrekkelijk

kleine giften.

De uitbreiding van dit zoo vruchtbare werk is bijzonder voorspoedig geweest. Drie dingen hebben hiertoe elk het hunne gedaan.

Daar is a. het uitgeven van een blaadje „De macht van het Kleine", dat sedert 1 Jan. 1898 geregeld om de 3 maanden verschijnt, uitsluitend ten dienste van dat werk. Van het eerste No werden 2500 exemplaren gedrukt, met klimmende belangstelling werd het op steeds meerdere plaatsen ontvangen, gelezen, verspreid, en aan het einde van 1900 bedroeg de oplaag reeds 13000 exemplaren

Aanvankelijk was het slechts 4 pag's groot. In 1904 is het tot 12 pag's uitgebreid. Broeder J. A. Hoekendijk redigeert het al die jaren met groote liefde, en geeft elk kwartaal frissche met gloed geschreven artikelen en mededeelingen.

Sluiten