Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilden afzonderen om het terrein onzer Vereeniging en hare gebouwen, althans van buiten, te bezien.

Dat bezoek nu blijft onder ons onvergetelijk, zoo diep was de indruk, dien het maakte, vooral door de groote minzaamheid onzer Vorstinnen. Hoe geheel welwillend nam H. M. de Koningin een paar photo's onzer Inrichting aan uit de hand van de allereerste onzer patiënten, 5 Mei 1882 in onze Stichting opgenomen, en hoe vriendelijk betuigde Zij Haar dank met een handdruk aan de eenvoudige, die het voorrecht genoot H. M. dit gering bewijs onzer erkentelijkheid te mogen overreiken. H.H. M.M. onderhielden zicii eenige oogenblikken met onze Besturende Zuster en onze Hoofdzuster, aan wie H.H. M.M. bij het heengaan heilwenschend de hand reikten. En t was geen wonder dat de verpleegden en zusters, verrukt, geestdriftig, het „Dat 's Heeren zegen op U daal" over ons

terrein lieten klinken.

't Bezoek was zoo ongedacht, dat van het Bestuur onmogelijk iemand kon aanwezig zijn om de hooge bezoeksters te ontvangen. Doch het Bestuur gevoelde behoefte H.H. M.M. zijn dank te betuigen voor de gunst der Vereeniging verleend door op deze wijze blijk te ontvangen van de belangstelling, die ook in het Vorstelijk paleis voor onzen eenvoudigen arbeid bestaat.

Van die belangstelling verleende H. M. de KoninginMoeder zoo mogelijk nog meer het bewijs, toen Zij op 23 Juni 1903 beide onze afdeelingen met H. D. bezoek vereerde. Hoe zou Zij ook niet voor ons gevoelen de Doorluchtige Vorstin, om Haar warme belangstelling in het lot van hulpbehoevenden, weezen, kranken, enz. algemeen bekend en bemind. Op „Meer en Bosch" en op „Bethesda-Serepta" kon H. M. nu eenigszins waardig worden ontvangen. Hoe groot was

Sluiten