Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de belangstelling, waarmede H. M. eerst te Heemstede, daarna te Haarlem, van alles, tot in kleine bijzonderheden kennis nam, zoo rustig in het beschouwen, zoo nauwkeurig in het vragen, in veel blijk gevende met de geschiedenis onzer Vereeniging niet onbekend te zijn. En wie kan ooit den indruk kwijt raken van dat gaan van H. M. tot zelfs tusschen de ledikanten op de ziekenzaal, overal vriendelijkheid uitstrooiende. En dan dat eigenhandig uitdeelen van prenten aan de kleine patiënten, van sigaren aan de volwassen patiënten of van een bloemtuil aan wie het rooken is ontzegd; dat gemakkelijk verkeer onder onze vrouwelijke patiënten, die allen zonder onderscheid een mooi bouquet uit de vorstelijke handen mochten aannemen. Waarlijk, die dag was schoon, was eenig, en zoo ooit dan bleek het toen waarheid, wat Dr. A. J. Th. Jonker zoo voortreffelijk uitdrukte, toen hij zeide dat er bijna geen dingen in de wereld zijn, die zoo goed op elkander gelijken als deze twee: barmhartigheid en majesteit, majesteit en barmhartigheid.

Hoe vaak staan wij nog op die plekjes, waar H. M. wilde plaats nemen om aan te hooren het gezang en de zegenbede uit zoovele monden en harten! En als wij dan de lindeboomen bezien, tijdens de inhuldigingsfeesten in den lande op onze terreinen geplant, onze „Wilhelmina-boomen", dan moeten wij wel denken aan de vorstelijke genegenheid ons betoond, die even diepe als hooge belangstelling van onze \ orstinnen in elk ernstig pogen om den kommer te helpen lenigen van zoovele nooddruftigen en lijdenden onder ons volk, en onze bede klimt opnieuw: God zegene onze beminde Koninginnen, die wij eerbiedigen en liefhebben om al de ontferming, die er uitgaat van Hare Koninklijke harten!

Sluiten