Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toch, die onze mensclien kent, weet het ook dat de meesten, indien niet hersteld, dan toch merkelijk lichamelijk gebeterd zijn. Voor sommigen is zelfs een verblijf van slechts enkele weken voldoende om een vrij belangrijke verbetering te ontwaren. Bij den een gaat het sneller dan bij den ander; bij den een heeft de verbetering in meerdere, bij den ander in mindere mate plaats, maar het zijn toch maar weinigen, die niet na een betrekkelijk korten tijd onder ons te hebben doorgebracht, lichamelijk belangrijk verbeterd zijn.

In hoever dat nu aan de behandeling en in hoever aan de verpleging is te danken, laat zich natuurlijk niet nauwkeurig aanwijzen. Beiden grijpen nauw in elkander, zóó nauw, dat de grens tusschen die twee niet te trekken is. De verpleging is een integreerend deel der behandeling. Eigenlijk is het heel het Inriclitingsleven, dat tot die gunstige verandering medewerkt.

Velen kost het aanvankelijk eenige moeite, aan het Inrichtingsleven te gewennen. Dit duurt evenwel niet lang. De patiënt krijgt in den regel spoedig een gevoel van veiligheid; het geeft hem rust te weten dat hij onder lotgenooten is en onder gedurig toezicht, zonder dat hij van dat toezicht bijzonder veel merkt; en zich aan vaste regels gebonden te weten en den gewonen gang der dagelijksche zaken te hebben leeren kennen en volgen, maakt kalm, en kalmte werkt op den lichamelijken toestand onzer zenuwlijders altijd bijzonder gunstig.

Lezen wij nu onze rapporten door, dan zien wij hoe reeds in die uit de eerste jaren ook melding gemaakt wordt van verpleegden, bij wie de toevallen niet enkel minder waren geworden, maar zelfs weggebleven ; alsook van patiënten, die als genezen waren ontslagen.

De ondervinding is het misschien geweest, die ge-

Sluiten